De duodenal  switch is een varia

De duodenal  switch is een variatie op de scopinaro, bij de duodenal switch verkleinen we de maag in de lengterichting (sleeve-resectie) met behoud van de maagsluitspier. Omdat dit de voedselopname zeer beperkt, wordt het deel  van de dunne darm waar voedsel en spijsverteringssappen elkaar “ontmoeten” langer gemaakt: 75 tot 100 centimeter in plaats van 50 centimeter bij de scopinaro. Deze operatie wordt soms in twee fase uitgevoerd. Eerst voeren we de sleeve resectie (maagverkleining) uit om dan 6 to 12 maanden later de omleiding, duodenal switch, eraan toe te voegen. Deze ingreep wordt bij voorkeur ingezet bij de behandeling van supersuper-obese patiënten. BMI 60 >. Het is van groot belang voldoende eiwitten (ongeveer 80 gram per dag), vitaminen en calcium te gebruiken. Complicaties verdelen we in twee groepen; vroege complicaties en complicaties op lange termijn.

  1 Restmaag
2 Poortader en galweg
3 Dikke darm, colon
4 Dunne darm, effectieve deel
5 Spijsverteringsappen kanaal


VROEGE COMPLICATIES…

Buikvliesontsteking: deze kan veroorzaakt worden door een lek in de maagwand of naadlekkage op de gehechte plaatsen. U zult opnieuw geopereerd worden, als er nier snel wordt ingegrepen kan deze situatie levensbedreigend zijn.

Trombose: een operatie kan de vorming van bloedstolsels in de aderen van de hersenen, het hart en de longen veroorzaken (longembolie; plotselinge afsluiting van een bloedvat in de longen door een stolsel). Om dit te voorkomen moet u snel na de operatie gaan bewegen; zitten op een stoel, kleine stukjes lopen etc. Ook krijgt  u tijdens uw verblijf in het ziekenhuis spuitjes die helpen om trombose tegen te gaan. Verder bevorderd een drukmanchet tijdens en direct na de operatie de doorbloeding in de benen.

Wondinfectie: de operatiewond kan gaan ontsteken. Dit kan verholpen worden met antibiotica. In ernstige gevallen moet de wond opnieuw worden open gemaakt.

Overlijden; de kans dat een operatie fatale gevolgen heeft is zeer klein; kleiner dan 1%. Hoe groot het risico is, is afhankelijk van het soort operatie en van de conditie van de patiënt.

COMPLICATIES  OP  LANGE  TERMIJN…

Zenuwontsteking: in de uiteinden van de vingers of tenen. Dit gaat gepaard met pijn en gevoelloosheid, deze ontsteking kan ontstaan door een tekort aan vitamine B1. Dit kan men voorkomen door de voorgeschreven vitamines te gebruiken en de voedingsadviezen goed op te volgen.

Bloedarmoede: ten gevolge van een gebrek aan ijzer, vitamine B12 of andere vitamines. Om bloedarmoede te kunnen constateren, controleert men regelmatig uw bloed. Ook hier geldt weer dat het van groot belang is dat u tijdig uw vitamines inneemt

Onsteking van de slokdarm (oesophagitis): als u langere tijd te grote stukken voedsel eet, het voedsel onvoldoende kauwt of iets verkeerds eet, kan de slokdarm ontstoken raken. De ontsteking kan ook veroorzaakt worden door veelvuldig braken, bij de maagband kan het zijn dat de band te strak zit.

Huidoverschot: door het grote gewichtsverlies kunnen er huidplooien ontstaan, met name bij de buik, borsten, armen, benen en billen. Hier kunt u iets aan laten verbeteren door een plastisch chirurg, uw ziektekostenverzekeraar kan u vertellen hoe de vergoedingen hiervoor zijn geregeld. Ook voor advies over plastische chirurgie kunt u contact opnemen met stichting S.M.I.L.E. zij werken samen met plastisch chirurgen die zich specialiseerden  in de behandeling van bariatrische patiënten, de vakgroep waar maagverkleinende operaties in thuis horen.

Nazorg: na de operatie blijft u enige tijd op de recovery (uitslaapkamer). Hoe lang is afhankelijk van hoe snel u wakker wordt en of u toestand stabiel genoeg is om u naar de verpleegafdeling terug te brengen. Het kan zijn dat u een tijdje bewaakt moet worden, bijvoorbeeld als u slaapapneu heeft. U gaat dan naar de Intensive Care.  Als u wakker wordt kan het zijn dat u een infuus heeft voor het toedienen van vocht, een slangetje in de rug (ruggenprik) waardoor u pijnstilling krijgt, een slangetje in de wond om wondvocht af te voeren, soms een maagslang in de neus en een urinekatheter. De chirurg bepaald of u deze slangen krijgt en/ of nodig hebt en wanneer ze worden verwijderd.  De nazorg start direct na de operatie.  Hierbij is het belangrijk dat u duidelijk aangeeft wanneer u pijn heeft of andere klachten, zo kan de verpleging u snel helpen. Hebt u vragen over de operatie of andere medische zaken, aarzel niet en vraag het aan de afdelingsarts of u behandelend arts. Hij/ zij kan u vragen beantwoorden.

U moet weer zo snel mogelijk op de been zijn, onder meer om trombose te voorkomen. Mogelijk helpt een fysiotherapeut u bij het uit bed komen.  Ook kan deze, als dit noodzakelijk is, ademhalingsoefeningen met u doen om longcomplicaties te voorkomen. Als u behoefte heeft aan een gesprek met lotgenoten, neem dan contact op met S.M.I.L.E. Dit kan ook via de verpleging.

Er kunnen na de operatie ook problemen ontstaan door voeding, enkele  van deze problemen zijn:

  • Een pijnlijk en onaangenaam vol gevoel na de maaltijd als gevolg van te snel eten. Dit kunt u voorkomen door de tijd te nemen voor het nuttigen van een maaltijd en minder te eten.
  • Verstopping door het slecht kauwen van voedsel.
  • Verkeerde  en/of teveel  voedsel  inname, met gewichtstoename tot gevolg, dit kan door uitrekking van de nieuwe maag.

Medicatie:  voor alle ingrepen geldt dat uw lichaam de tijd nodig heeft om te herstellen. Hoe lang verschilt per persoon en per operatie. Een kijkoperatie is minder ingrijpend dan een open operatie, een scopinaro vraagt meer van u lichaam dat een maagbandje plaatsen. Belangrijk is dat u zich in de thuissituatie de tijd moet nemen om te herstellen en op krachten te komen. Vergist u zich niet; het snelle verliezen van gewicht vergt ook meer energie en kracht dan u op dit moment misschien kunt inschatten.  Het is best mogelijk dat u medicatie moet worden aangepast, enerzijds omdat u gewicht daalt, anderzijds omdat u uw huidige medicatie niet goed verdraagt, aarzel niet om dit te overleggen met u behandelend arts, apotheker of verpleegkundig specialist.